Doi Inthanon National Park

Apologies: all spelling errors are due to @%$#@&* keyboard!

Vrijdag 10 juli 2009

Rond half 10 in de ochtend worden we opgehaald bij het hostel door Pot (ja, haha, lach maar). Het is een klein Thais (pleonasme?) mannetje en zoals allemaal hier lacht ook hij vriendelijk. We gaan vandaag en morgen trekken door het Doi Inthanon National Park. We stappen achterin een half open pick-up truck en gaan zitten. Ik vind het nu al leuk. De auto lijkt namelijk op de truck waarmee ik mijn beste trip ooit heb gemaakt in de Australische outback. We doen er een uur over om Chiang Mai te verlaten aangezien we niet de enige zijn die het national park willen bezoeken. Onderweg halen we Gert-Jan en Veerle en Flore en Thomas (fransen) op. We maken kennis en al vrij snel is het gezellig. Dan gaan we onderweg naar het avontuur. We rijden Chiang Mai uit via de snelweg en rijden door dorpjes en langs rijstvelden richting het Zuid-Westen. En het klinkt misschien gek maar als je rijstvelden ziet heb je pas echt het idee dat je in Thailand bent. Ik ben nu een week hier en het dringt nu langzaam tot me door hoe rijk ik eigenlijk ben dat ik hier mag zijn.

Als onze magen aangeven dat het nu wel weer 's tijd wordt voor wat eten stoppen we langs de weg. "Olifanten!", roept Sonja en ja hoor, langs de weg staan drie 'fantjes'  zoals ik ze noem. Een daarvan is een baby olifant en de 'aaaah's' en 'ooooooh's' schieten langs elkaar heen. We stappen een stukje verderop uit en Son en ik blijven maar naar de olifanten kijken. Pot zegt dat we wel even mogen gaan kijken en ik vraag meteen:"Touch too?" (Je moet korte zinnen maken anders snappen ze je niet) ;-) Het schijnt te mogen en we lopen als eerste van de groep richting de olifanten. Daar aangekomen blijken de grote vast te zitten aan een ketting met 1 poot en de kleine loopt er vrolijk tussendoor. Terwijl Sonja foto's maakt van het stel probeer ik de kleine Babar te lokken. Nou daar was niet veel voor nodig. De kleine komt met een huppeltje aangesneld en begint me te onderzoeken. Ik, die soms zo naief kan zijn, zie geen gevaar en laat hem (of haar?) zijn gang gaan. Hij pakt met zijn slurf mijn arm en lijkt deze aan te zien voor een mega-banaan. Mijn arm verdwijnt in de bek van het olifantenjong en ik sta het heel nonchalant nog leuk te vinden ook. Hij zuigt en omklemt mijn arm alsof het een lieve lust is. Achteraf vraag je je af of een olifant dan geen tanden in die bek heeft of dat ze alleen maar slagtanden hebben. Welnu, ik weet alleen dat hij er geen had en dat ik daar heel blij om ben. Als we klaar zijn met foto's maken wil ik de kleine nog een laatste keer gedag zeggen en weer zoekt hij duidelijk naar eten. Als dit hem uiteindelijk niet lukt (ik had niks!) krijg ik een duw van hem. Ik schrik me echt wezenloos, kan goed wegstappen en ook de rest van de groep deinst terug. Ok, het is dan maar en baby maar ik gok dat deze baby ruim 500 kilo weegt. De 'close encounter' is hiermee klaar en ik realiseer me dat ik opnieuw niet heb stilgestaan bij het feit dat we hier gewoon te maken hebben met een wild dier. Met een beetje pech had hij me omgekiept en was boven op mijn niet-olifant-proof botjes gaan staan.

Nadat we zijn bijgekomen van deze bijzonder gave ervaring staat de lunch (rijst met rode curry) klaar en kunnen we aan tafel. Na de lunch volgt een rit op de olifant en ik zou mezelf niet zijn als ik dit veel te toeristisch vind. We zitten op een ijzeren rek dat bevestigd is op de olifanten en rijden een klein uurtje door de jungle. Onderweg kunnen we bananen kopen om te voeren aan de olifanten die continue hun slurf naar achteren gooien in de hoop een banaan te kunnen vangen. Er loopt ook een klein fantje mee met de groep en die is zo brutaal dat je af en toe een slurf op je schoot voelt scharrelen. :)

Ondertussen is het half drie en zijn we afgezet bij het beginpunt van onze trektocht. Aangezien we behoorlijk wat afstand gaan afleggen hebben we de grote backpacks 'thuis' gelaten en lopen we met onze dagrugzakjes. Met goede moed beginnen we aan de tocht en tot onze spijt begint deze met een klim van zo'n 200 meter stijl omhoog. Vergeet hierbij niet dat het zonnig is, zo'n 35 graden met een hoge luchtvochtigheid. Sonja heeft nog geen tien stappen gezet of ik zie dat het niet goed gaat met haar hoofd. Ik vraag aan haar of het gaat en dat ze het meteen moet zeggen als het niet gaat. Als je migraine hebt en niet gewend bent aan deze omstandigheden dan kan ik me zo voorstellen dat dit loeizwaar is. Ze geeft meteen toe dat het niet goed gaat. Het stuk uphill is erg zwaar en de migraine zet meteen door. We doen het rustig aan en als we na een kwartiertje boven zijn neemt ze haar medicijnen in. Ik maak me op dit punt veel zorgen. We moeten nog zo'n eind en ik ken de bijwerkingen. Een weg terug is er niet en als ik dat ook maar enigszins voorstel krijg ik een zin als "echt niet, ik wil dit en ik zal 't halen!"

We lopen door een landschap wat heuvelachtig is en ongelooflijk mooi qua natuur. Het doet me denken aan Costa Rica waar ik ook zo genoten heb van al het groen om me heen. Over rijstvelden waar door lokale mensen op gewerkt wordt, langs bananenplantages en dwars door de bossen. Onderweg zien we veel speciale 'kruipers'. Behaarde wormen, mestkevers, mieren die sjouwen met bladeren en takjes, termieten die een bijzonder geluid maken en nog veel meer. Maar wat nog het mooiste is, zijn de geluiden die je hier hoort. Dat is met geen pen of toetsenbord te beschrijven. Krekels, vogels, termieten en weet ik wat voor dieren nog meer creeeren hier en concert van jungle-geluiden. Na twee uur lopen, hijgen, zweten en puffen komen we aan bij een waterval. Dat is onze verlossing! We trekken de zwemkleding aan en verkoelen ons in het heerlijk frisse water. Dit is leven! Met Sonja gaat het inmiddels iets beter. Haar medicijn slaat niet zo goed aan en het lopen doet haar hoofd geen goed. De ergste pijn is er gelukkig wel vanaf en ze bijt door. Ik heb diep respect...

Wat ik nog niet heb verteld is dat we onderdeel uitmaken van een eco-track. We lopen door 'White Karen'-land. Deze stammen leven in het bergachtige gedeelte van Noord Thailand en komen van oorsprong uit Burma (Myanmar). Ze zijn gevlucht vanwege de oorlog en leven hier nog redelijk authentiek. De invloeden van de grote stad zijn wel zichtbaar. Zo dragen ze gewoon kleding die ze in de stad kopen. Ik zag een vrouwtje met een T-shirt met de tekst 'it's time for a quicky' erop. Ik denk dat ze zelf niet weet waar ze mee loopt. Maar deze kleding wordt dan wel weer in de rivier gewassen om even aan te geven dat sommige dingen gebleven zijn zoals ze vroeger gingen. Na nog een enorm zware klim (arme Son en mijn kuiten!) komen we een uur later aan bij het dorpje waar we zullen overnachten. We zien huizen van bamboe en bananenbladeren als dak. Ook wij slapen vannacht in zo'n huisje. Er liggen matrassen op het bamboe van zo'n centimeter dik. Oftewel, we liggen vannacht op het bamboe en ik kan je verzekeren: dat vindt je arme rug niet fijn!

We kunnen ons 'douchen' in de rivier waar ook de lokale bevolking zich schuchter wast. De vrouwen houden angstvallig hun sarong voor zich en wassen zich voorzichtig eronder. Stel je voor dat je wat ziet. Uiteraard respecteren we dit en houden onze zwemkleding aan. Om 19 uur is het donker en heeft Pot een heerlijk curry gemaakt. Na het eten zijn we bekaf en gaan om 20.30 uur allemaal naar bedje toe. En daar lig je dan. Midden in het oerwoud met al zijn geluiden. Ik bedenk me dat er nu een hele wereld om ons heen wakker wordt die we niet kennen, tenzij je veel naar National Geographic kijkt. De meest bizarre en onbekende geluiden passeren de revue en in slaap vallen op zo'n hard bed blijkt lastiger dan verwacht. Uiteindelijk lukt het ons wel en na een paar keer wakker te zijn geworden zien we het toch al weer snel licht worden. Jippie, we mogen er uit!

Zaterdag 11 juli 2009

Het ontbijt bestaat uit wat toast met jam en thee. Prima wat ons betreft. We worden nog even gezelschap gehouden door een lief poesje. We lopen vandaag weer een enorm eind. Heuvel op, heuvel af en zijn wederom bekaf als we wederom aankomen bij een waterval. Wordt het al vervelend? :) Ok, even snel dan: we koelen ons af, eten een koekje, leren over de Karen people en zweten als otters. Son's hoofd ok, A3's kuiten pijnlijk. Na de luch (weer curry) komt het moment van deze dag: we gaan bamboe-raften! Op je billen in het water door de rivier varen op een vlot van bamboe. Yesss, helemaal leuk. Ok, het is niet heel spectaculair maar ik word ook een dagje ouder. ;-)

Bij terugkomt in Chiang Mai nemen we onze intrek in het buurhostel van waar we zaten want hier hebben ze wel een zwembad en een goede douche. We nemen meteen na het inchecken een duik en voelen ons herboren. Niet herboren genoeg want 's avonds laten we ons hele lichaam nog even Thais masseren. Ik weet het niet hoor, of ik dat nou zo lekker vind. Ik denk maar steeds:"Het zal wel ergens goed voor zijn", maar Sonja was niet meer aanspreekbaar tijdens de massage.

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer